Historiek

Belgium

1. Yves Lampaert

Netherlands

2. Mike Teunissen

Belgium

3. Sep Vanmarcke

  • Norway
    4. Edvald Boasson Hagen
  • Denmark
    5. Mads Pedersen
  • Czech Republic
    6. Zdenek Stybar
  • Belgium
    7. Tiesj Benoot
  • Belgium
    8. Greg Van Avermaet
  • Netherlands
    9. Niki Terpstra
  • Belgium
    10. Jasper Stuyven
  • Spain
    11. Alejandro Valverde
  • Italy
    12. Gianni Moscon
  • Netherlands
    13. Timo Roosen
  • Denmark
    14. Magnus Cort Nielsen
  • Germany
    15. John Degenkolb
Jaar 11 22 33
2018
BE
Yves Lampaert
NL
Mike Teunissen
BE
Sep Vanmarcke
2017
BE
Yves Lampaert
BE
Philippe Gilbert
KZ
Alexey Lutsenko
2016
BE
Jens Debusschere
FR
Bryan Coquard
BE
Edward theuns
2015
BE
Jelle Wallays
BE
Edward Theuns
NL
Dylan Van Baarle
2014
NL
Niki Terpstra
US
Tyler Farrar
SI
Borut Bozic
2013
IT
Oscar Gatto
SI
Borut Bozic
AU
Mathew Hayman
2012
NL
Niki Terpstra
FR
Sylvain Chavanel
NL
Koen De Kort
2011
BE
Nick Nuyens
GB
Geraint Thomas
US
Tyler Farrar
2010
DK
Matti Breschel
BE
Bjorn Leukemans
NL
Niki Terpstra
2009
BE
Kevin Van Impe
BE
Niko Eeckhout
BE
Tom Boonen
2008
FR
Sylvain Chavanel
NL
Steven De Jongh
BE
Niko Eeckhout
2007
BE
Tom Boonen
BE
Niko Eeckhout
AU
Stuart O'Grady
2006
BE
Frederik Veuchelen
GB
Jeremy Hunt
FR
Lloyd Mondory
2005
BE
Niko Eeckhout
GB
Roger Hammond
IT
Gabriele Balducci
2004
BE
Ludovic Capelle
EE
Jaan Kirsipuu
GB
Roger Hammond
2003
AU
Robbie McEwen
AU
Baden Cooke
NL
Max Van Heeswijk
2002
AU
Baden Cooke
HU
Laszlo Bodrogi
BE
Jo Planckaert
2001
BE
Niko Eeckhout
BE
Wilfried Peeters
LV
Arvis Piziks
2000
NL
Tristan Hoffman
BE
Peter Van Petegem
DK
Lars Michaelsen
1999
BE
Johan Museeuw
BE
Michel Vanhaecke
BE
Chris Peers
1998
BE
Tom Steels
BE
Johan Capiot
BE
Andrei Tchmil
1997
BE
Andrei Tchmil
FR
Ludovic Auger
BE
Hans De Clercq
1996
NL
Tristan Hoffman
BE
Edwig Van Hooydonck
DK
Brian Holm
1995
NL
Jelle Nijdam
BE
Tom Steels
IT
Adriano Baffi
1994
BE
Carlo Bomans
BE
Marc Sergeant
BE
Ludwig Willems
1993
BE
Johan Museeuw
IT
Franco Ballerini
BE
Jo Planckaert
1992
DE
Olaf Ludwig
NL
Mauro Zanoli
BE
Jean-Pierre Heynderickx
1991
BE
Eric Vanderaerden
DE
Uwe Raab
DE
Remig Stumpf
1990
BE
Edwig Van Hooydonck
NL
Adrie Van Der Poel
BE
Marc Sergeant
1989
BE
Dirk De Wolf
NL
Theo De Rooy
BE
Johan Museeuw
1988
NL
John Thalen
BE
Fons De Wolf
NL
Nico Verhoeven
1987
NL
Jelle Nijdam
BE
Herman Frison
IE
Sean Kelly
1986
BE
Eric Vanderaerden
NL
Adrie Van Der Poel
NL
Peter Stevenhaagen
1985
BE
Eddy Planckaert
BE
Eric Vanderaerden
BE
Jef Lieckens
1984
BE
Walter Planckaert
BE
Rudy Matthijs
BE
Marc Sergeant
1983
BE
Etienne De Wilde
NL
Jan Raas
BE
Eric Vanderaerden
1982
NL
Jan Raas
BE
Jean-Luc Vandenbroucke
BE
Eddy Vanhaerens
1981
BE
Frank Hoste
NL
Cees Priem
BE
Gerrit Van Gestel
1980
NL
Johan Van Der Meer
NL
Jan Raas
BE
Guido Van Sweevelt
1979
BE
Gustaaf Vanroosbroeck
BE
Walter Planckaert
NL
Jan Raas
1978
NL
Adri Jos Schipper
BE
Frank Hoste
BE
Guido Van Sweevelt
1977
BE
Walter Planckaert
BE
Eric Leman
BE
Marc Demeyer
1976
BE
Willy Planckaert
BE
Marc Demeyer
BE
Walter Planckaert
1975
NL
Cees Priem
NL
Tino Tabak
BE
Roger Swerts
1974
BE
Louis Verreydt
BE
Ronald Dewitte
NL
René Pijnen
1973
BE
Roger Loysch
BE
Jos Abelshausen
BE
Freddy Maertens
1972
BE
Marc Demeyer
BE
Noël Van Tieghem
BE
Eddy Verstraeten
1970
BE
Daniel Van Ryckeghem
BE
Eric Leman
BE
Frans Verbeeck
1969
BE
Eric Leman
BE
Albert Van Vlierberghe
BE
Willy Van Neste
1968
BE
Walter Godefrood
BE
Willy Monty
BE
Bernard Vandekerckhove
1967
BE
Daniel Van Ryckeghem
BE
Georges Vandenberghe
BE
Jos Spruyt
1966
BE
Walter Godefroot
BE
Willy Bocklant
NL
Peter Post
1965
BE
Alfons Hermans
BE
Julien Haelterman
BE
Roger De Breuker
1964
NL
Piet Van Est
BE
Etienne Vercauteren
BE
Jos Dewit
1963
BE
Clément Roman
DE
Dieter Puschel
BE
Robert Seneca
1962
BE
Martin Van Geneugden
NL
Piet Rentmeester
NL
Piet Van Est
1961
BE
Maurice Meuleman
BE
Romain Vanwynsberghe
BE
Leon Vandaele
1960
BE
Arthur Decabooter
BE
Edgard Sorgeloos
BE
Julien Schepens
1959
BE
Roger Baens
BE
Louis Proost
BE
Briek Schotte
1958
BE
André Vlaeyen
BE
Norbert Van Tieghem
BE
Ernest Heyvaert
1957
BE
Noël Foré
BE
Michel Van Aerde
BE
André Noyelle
1956
BE
Lucien Demunster
BE
Frans Schoubben
BE
Andre Rosseel
1955
BE
Briek Schotte
BE
Fred Debruyne
BE
Alfons Vandenbrande
1954
BE
Germain Derycke
BE
Briek Schotte
BE
Florent Rondelé
1953
BE
Briek Schotte
NL
Adrie Voorting
BE
Marcel De Mulder
1952
BE
André Maelbrancke
BE
Lode Wouters
BE
Karel Debaere
1951
BE
Raymond Impanis
BE
Marcel Hendrickx
BE
Andre Rosseel
1950
BE
Andre Rosseel
BE
Emile Van Der Veken
BE
Jules Depoorter
1949
BE
Raymond Impanis
BE
Lionel Vanbrabant
BE
Maurice Mollin
1948
BE
Andre Rosseel
BE
Florent Mathieu
BE
Roger Desmet
1947
BE
Albert Sercu
BE
Julien Van Dycke
BE
Emile Masson
1946
BE
Maurice Desimpelaere
BE
Norbert Callens
BE
Briek Schotte
1945
BE
Rik Van Steenbergen
BE
Briek Schotte
BE
Norbert Callens

Yves Lampaert begon pas op zijn 17e met fietsen. Na het behalen van een zwarte band in het judo, had hij nood aan een nieuwe sportieve uitdaging. In 2013 tekende Lampaert zijn eerste profcontract bij het opleidingsteam Topsport-Vlaanderen en 2 jaar later maakte hij de overstap naar de blauwhemden van Patrick Lefevere. Tot dan kleurde zijn palmares zo goed als blanco, maar bij Quick-Step hadden ze duidelijk het talent van de West-Vlaming uit Ingelmunster opgemerkt. Aanvankelijk werd hij vooral uitgespeeld als meesterknecht voor Boonen & co, maar in zijn eerste jaar imponeerde Lampie al met een 7de plaats in Paris-Roubaix. Tijdens het televisie-interview achteraf sprak hij de legendarische woorden “ik moest skartn om mee te kunnen” uit. in 2016 viel zijn voorjaar in het water door een borstbeenbreuk, te wijten aan een val in de Ronde van Algarve, en daarna een blessure aan de achillespees, opgelopen nadat iemand met een winkelkar tegen zijn hiel reed.

In 2017 had Quick-Step met ronkende namen als Boonen, Gilbert, Terpsta en Stybar een voorjaarsploeg om U tegen te zeggen, een zelden geziene weelde waar Lampaert wel eens van zou kunnen profiteren. In Dwars door Vlaanderen van dat jaar toonde hij zich oppermachtig. Aan de suprematie van Quick-Step was weinig te doen en Lampie werkte het teamspel perfect af. Op 7 kilometer van de meet sprong hij weg en soleerde naar de finish. Als kind van de streek wist hij met zijn vreugde geen blijf. Nadien stond Yves ‘skartn Lampaert de pers opnieuw te woord in zijn sappigste West-Vlaams.

In 2018 werd Dwars door Vlaanderen verplaatst naar de woensdag voor de Ronde van Vlaanderen. Daarnaast kreeg het peloton ook een volledig nieuw parcours voor de wielen geschoven. Met 2 en 3 passages over respectievelijk de Kluisberg en de Knokteberg werd een deel van het oude parcours van de Ronde in ere hersteld. Die verandering kon Lampaert niet uit zijn lood slaan. In een kletsnatte editie van Dwars door Vlaanderen kleurde hij opnieuw de finale. In de laatste kilometer reed hij op kousenvoeten weg uit de kopgroep en bolde hij voor het tweede jaar op rij solo over de meet. Het is afwachten welke overwinnningen de nog altijd maar 26-jarige West-Vlaming aan zijn palmares kan toevoegen.

Terpstra begon zijn carrière als baanwielrenner in combinatie met de weg. Zo wist hij bijna alle Nederlandse titels te behalen in verschillende disciplines. In 2005 won hij zilver op het WK in de ploegenachtervolging. In 2006 stak hij voor het eerst de neus aan het venster in ons land toen hij de vierde etappe in de Ronde van België op zak stak. Dan volgen drie magere jaren zonder overwinning.
Tot de Hollander in 2009 de derde etappe het Critérium du Dauphiné Libéré won. Een jaar later volgde de eerste van in totaal drie nationale titels op het Nederlands kampioenschap (2010, 2012 en 2015). Vanaf 2011 verhuisde Terpstra van de Duitse stal Team Milram naar het Quick Step van Patrick Lefevere. Dat werd een jaar zonder overwinningen maar in 2012 won hij voor het eerst Dwars door Vlaanderen na een solo van dertig kilometer, wat de start betekende van de beste periode in zijn carrière. In de Ronde van Vlaanderen bolde hij als zesde na winnaar en ploegmaat Tom Boonen binnen. Een week later legde hij beslag op de vijfde plaats in Parijs-Roubaix. Op het einde van dat seizoen pakte hij zijn tweede nationale titel na een solo van vijftig kilometer en werd hij wereldkampioen in de ploegentijdrit. In 2013 sloop hij met een derde plek dichterbij een overwinning in Parijs-Roubaix en verlengde hij met Omega Pharma-Quick Step de wereldtitel in het ploegentijdrijden.

2014 werd een voltreffer voor de tijdrijder. Hij pakte de eerste etappe in de Ronde van Qatar en sleepte het eindklassement binnen. Terpstra won ook voor de tweede keer Dwars door Vlaanderen door als enige het peloton voor te blijven. In het daaropvolgende interview met Sporza toonde de Nederlander zich van zijn culturele kant. Hij antwoordde met de eerste zinnen uit het lied “Als je wint, heb je vrienden” van Herman Brood en Henny Vrienten. Twee dagen later eindigde hij tweede na Sagan in de E3 Harelbeke. Net als in 2012 behaalde hij een zesde stek in Vlaanderens Mooiste maar een week later was het raak. Terpstra kwam solo aan op de Vélodrome en won Parijs-Roubaix.

In het recentste seizoen was het vooral balen geblazen voor de Nederlander. Hij won voor de tweede keer de Ronde van Qatar. Maar in de Omloop Het Nieuwsblad moest hij zijn meerdere erkennen in Ian Stannard, in Gent-Wevelgem was Luca Paolini net te sterk en in de Ronde van Vlaanderen verloor hij kansloos de spurt van de bonkige Alexander Kristoff. In het najaar won hij de Ronde van Wallonië en pakte hij zijn derde Nederlandse titel. Het moge zeker zijn dat de carrière van de 31-jarige Nederlande nog niet voorbij is.

‘Rambo’ was Niko’s bijnaam in het peloton. En die dag liet hij duidelijk blijken dat hij die naam dubbel en dik waard was. Wie in zulke omstandigheden al na acht kilometer wedstrijd het peloton het nakijken geeft en een hele bende in zijn eentje vloert in ware flandrienstijl moet wel verbazing, en vooral bewondering, opgewekt hebben bij zijn collega’s en de rest van de wielerwereld. “Veel collega's in het peloton weten dat ik best veel in mijn mars heb. Door tegenslag kon ik mezelf tot dusver nog niet echt op topniveau manifesteren. Nu ben ik wat ik wezen wil: een kandidaat-winnaar van koersen met naam. Over toptien-plaatsen in klassiekers hoor je me nog niet spreken. Wat net daaronder komt, past wel binnen mijn mogelijkheden.”

Dankzij deze heldhaftige zege in Dwars door Vlaanderen maakte de wrange nasmaak van twee eerdere tegenslagen plaats voor trots en nog meer ambitie bij Eeckhout. Eerst en vooral was er de vorige editie van Dwars door Vlaanderen, waarin de jury hem diskwalificeerde omdat hij gesignaleerd werd aan de klink van een volgwagen. “Vorig jaar fietste ik nog sneller in deze wedstrijd, maar daar was de UCI-commissaris het niet mee eens. Ik denk niet dat iemand me vandaag zoiets kan aanwrijven.” En dan was er ook nog de afloop van Nokere Koerse, een week voor zijn zege. “Ik werd, als sterkste van de wedstrijd, gerold door iemand die de hele tijd door op zijn moeder riep (Vanhaecke, nvdr) en in de slotkilometer plots vleugels kreeg. Geloof me, dat stak. Waar het schip straks voor me strandt weet ik niet. Ik blijf gewoon hard werken, zie dan wel waar ik uitkom. Van één ding ben ik, meer dan ooit, overtuigd: Rambo zal nog veel oorlogen winnen.”
En dat deed hij. Vier jaar later, op 23 maart 2005 mag de West-Vlaming een tweede keer met de trofee pronken op de 60e editie van Dwars door Vlaanderen. Deze keer geen hondenweer zoals in 2001, voor deze jubileumeditie liet de stralende zon zich van haar beste kant zien. Deze keer ook geen huzarenstukje van ‘Rambo’ zoals hij in 2001 opvoerde. Vanaf de start ligt het tempo in het peloton verschroeiend hoog en een echte serieuze aanval komt er pas op 85 kilometer van het einde, wanneer veertien renners er net voor de beklimming van de Eikenberg vandoor gaan. Het peloton laat echter niet begaan en zes kilometer later komt alles weer samen. Koen Barbé waagt vervolgens nog een poging, maar ook hij wordt al snel weer opgeslokt door het peloton.

Na de beklimmingen van de Kalkhoveberg en de Paterberg, op 55 kilometer van de aankomst, acht Eeckhout het tijd voor wat actie. Hij rijdt samen met dertien andere renners, waaronder landgenoten Boonen, Van Petegem, Mattan en Devolder, weg en gaat uiteindelijk de slotronde in met een kopgroep van negen renners. Aan de finish in Waregem komt het tot een sprint met acht renners – voor Nico Mattan ging het wat te snel en hij moest even voordien lossen – waarin Eeckhout het haalt van de Brit Roger Hammond en de Italiaan Gabriele Balducci. Een nieuwe zege erbij voor ‘Rambo’, die de tiende renner is die de armen al tweemaal zegevierend in de lucht mocht steken in Waregem.

Een derde zal hij er niet meer bij doen, al komt hij in 2009 heel dicht in de buurt om alleen recordhouder te worden. Ondanks het hoge tempo van het peloton in deze weer miezerige editie ontstaat er toch een kopgroep van dertien renners, met daarin Niko Eeckhout. Wanneer Heinrich Haussler op vijftien kilometer van het einde in de aanval gaat, kunnen enkel Tom Boonen en

‘Rambo’, die ondertussen al 39 jaar was, gaat nog enkele jaren door met wielrennen en behaalt nog heel wat overwinningen en ereplaatsen in kleinere wedstrijden. Tot hij in oktober 2013 beslist dat het goed geweest is en zijn fiets definitief aan de haak hangt. 21 jaar lang was Eeckhout profwielrenner en met enkele mooie overwinningen als Dwars door Vlaanderen, de Ronde van Midden-Zeeland en het Belgisch Kampioenschap kan hij terugblikken op een mooie carrière. De bijna 43-jarige Eeckhout blijft er nuchter bij: “Het is heel lang erg mooi geweest maar nu is het tijd om te stoppen. Je kan niet blijven rijden.” Kevin Van Impe volgen. Eeckhout en Devolder kunnen even later weer aansluiten en met vijf man gaan ze de finale in. Wanneer Van Impe probeert weg te raken, glipt de ervaren Eeckhout mee in zijn wiel en mogen ze het uitvechten in een sprint-à-deux. Eeckhout begint de sprint op kop, maar laat zich verrassen door Van Impe, die moeiteloos uit zijn wiel komt. Eeckhout kan niet meer remonteren en ziet Van Impe als eerste over de streep gaan. Hij moet vrede nemen met de tweede plaats en met het feit dat het record van Dwars door Vlaanderen voorlopig op twee zeges zal blijven staan.

In 1999 kwam hij dicht bij de zege in Gent-Wevelgem waar hij derde werd en in Kuurne-Brussel-Kuurne sleepte hij een vijfde plek uit de brand. Hofmann pakte wel de eerste etappe in de Driedaagse van West-Vlaanderen en overwinningen in Veenendaal-Veenendaal en in de Clasica de Sabinanigo.

In 2000 kwam zijn meest succesvolle seizoen er aan. De Hollander won voor de tweede keer in zijn carrière Dwars door Vlaanderen en bekwam zo mederecordhouder. Hofmann pakte in dat jaar ook de winst in de Ronde van Made en stapelde de ereplaatsen op in de klassiekers: vierde in Gent-Wevelgem, vijfde in de Ronde van Vlaanderen en vierde in Parijs-Roubaix.

Een jaar later kaapte hij nog een vijfde plek weg in E3 Harelbeke. In 2002 eindigde hij vierde in Parijs-Roubaix en in 2004 kwam hij heel dicht bij een overwinning in diezelfde kasseiklassieker. Magnus Bäckstedt klopt hem op de meet in de spurt.

Zijn carrière eindigde op 26 februari 2005. In de toenmalige Omloop Het Volk kwam hij in botsing met een paaltje en liep hij een dubbele open scheenbeenbreuk op. Na een lange revalidatie stopte de Nederlander met fietsen en ging aan de slag als ploegleider bij CSC.

Hoffman zal nooit meer uit de wielrennerij verdwijnen en is tussen 2007 en 2010 ploegleider bij HTC-Columbia/Highroad. In 2011 maakte hij de overstap naar Tinkoff-Saxo waar hij tot op vandaag in de Tinkoff-ploeg van wereldkampioen Peter Sagan tot de staf behoort.

Verder is Godefroot een van de recordhouders van Dwars door Vlaanderen. Samen met tien andere renners mocht hij twee keer zegevieren in Waregem. In 1966 was hij de beste vóór Willy Bocklant en de Nederlander Peter Post, twee jaar later stond hij tussen Willy Monty en Bernard Van De Kerckhove op het podium.

In 1979 stopte Godefroot als wielrenner, maar verdwijnen uit het peloton deed ‘de Vlaamse Bulldog’ niet. Na zijn profcarrière was hij sportief leider van IJsboerke, Capri Sonne en Weinmann. In 1992 werd hij sportief leider bij Team Telekom, waar hij in 2004 naar terugkeerde (de ploeg heette toen T-Mobile Team). In 2005 ging Godefroot met pensioen, maar lang kon hij het wielrennen niet missen, want in 2006 keerde hij alweer terug in het peloton als adviseur van Astana, een functie die hij in 2007 neerlegde nadat hij beschuldigd werd van betrokkenheid bij dopingpraktijken.